| Een drijfnat konijn |
Vlakbij Schip Ahoi drijft een vlot. Er ligt iets wits op: een drenkeling. Het vlot komt steeds dichterbij ... Maar net niet dicht genoeg! Kapitein Walrus strijkt over zijn snor. Hij heeft een idee: ‘Kokkie, pak een touw en vlieg ermee naar het vlot. Bind dat vast aan het vlot en meld je als de wiedeweerga weer hier met het touw.’ ‘Ai ai, kapitein,’ snatert Papagaai Kokkie en vliegt ervandoor. In een ommezien heeft hij een sterk kabeltouw aan het vlot geknoopt. Kapitein Walrus neemt het touw van hem over. Met z’n allen trekken ze aan het vlot, tot het langszij het schip ligt. Dan klimt de kapitein via een laddertje naar het vlot. Puffend draagt hij de drenkeling aan boord. De bemanning staat met open mond te kijken. ‘Wat is het?’ fluistert Skipper het Stokstaartje. ‘Volgens mij is het een grote, witte eilandvogel,’ tettert Kokkie. ‘Welnee, dit is een verdwaalde alpenhond’ bromt Omar de Scheepshond. ‘Nietes, het is een buitenlands stokstaartje! Om mee te spelen, ja ja!’ juicht Skipper. |
 |
 |
|

|
|
|
|