| Picknick op het Water |
De bemanning staat in een kring rond de opgeviste drenkeling. Die wrijft haar ogen uit. Dan komt ze overeind en maakt een keurige buiging: ‘Hallo. Ik ben juffrouw Charlotte Konijn van Holegraeven,’ zegt ze deftig. Niemand weet iets te zeggen. Skipper het Stokstaartje wipt zenuwachtig van de ene voet op de andere. Omar bekijkt haar met open mond. Kokkie pikt wat in z’n eigen voeten. En kapitein Walrus? Die plukt aan zijn snor en kucht dan deftig.‘Welkom, juffrouw Konijn eh zus en zo! Ik ben Wiebe de Walrus, kapitein van Schip Ahoi.’ ‘Aangenaam’, antwoord ze, ‘maar zeg maar Lottie.’ En ze bloost. Verlegen begint ze haar lange oren te wassen. ‘Juffrouw Lottie, u hebt vast een vreselijke tijd achter de rug’, zegt de kapitein. ‘O ja, vreselijk! Zeewier en kwal, dat heb ik al die dagen gegeten,’ zucht Lottie. ‘Eigenlijk barst ik van de honger!’ Dit is het toverwoord voor de bemanning. Nu weten ze wat ze moeten doen! Kokkie stuift weg naar de keuken. Skipper holt er achteraan om te helpen. En Omar zucht tevreden, want een lekker hapje gaat er altijd in. |
 |
 |
|

|
|
|
|