| Picknick op het Water |
‘Meneer de kapitein, heeft u ergens een leuk kleedje?’ vraagt Lottie. ‘Dan kunnen we gezellig picknicken op het dek.’ ‘Eh, ja, natuurlijk juffrouw Lottie, ik ga even kijken,’ mompelt kapitein Walrus. In een ommezien is er een groot feestmaal klaargemaakt. Met wortels, patat met schelpjessaus, ronde scheepsbeschuit en chocoladevla toe. De kapitein heeft een kleurig kleed gevonden, en daar zitten ze dan. Lottie vertelt wat er met haar gebeurd is. Dat ze op vakantie was met haar 300 familieleden. Ze voeren op een enorm lux schip met een zwembad en een popband en zilveren bestek. Elke avond waren er eindeloze toespraken bij het eten. Want konijnen zijn kletskousen, en iedereen wilde wel wat zeggen. Op een avond hield Lottie al dat gepraat niet meer uit. Ze vluchtte naar het dek. Maar toen haar hoedje in het water waaide, viel zij er per ongeluk pardoes achteraan. ‘En zo is het gekomen,’ besluit Lottie haar verhaal. ‘Maar eigenlijk vind ik het hier veel leuker! Hartstikke gezellig, zo’n klein, eenvoudig scheepje.’ Kapitein Walrus moet even slikken. Klein en eenvoudig, zijn Schip Ahoi? Bijna wordt hij boos, maar nog net niet. Want het blijft tenslotte een jongejuffrouw. |
 |
 |
|

|
|
|
|