| Verloren voorwerpen |
‘Welnee,’ zegt Lottie, ‘die zitten nog midden in een toespraak. Ik denk dat ze het pas merken als ik jarig ben, want dan krijg ik ook een toespraak. En dat is pas over drie weken! Laat me toch gewoon hier blijven zo lang. Dan kunt u mij over drie weken afleveren bij de Gevonden Voorwerpen, ergens.’ Lottie Konijn kijkt nu extra zielig. Haar ene oor hangt slap, ze snuft een beetje en trilt met haar opgeheven pootjes. Daar kan zelfs kapitein Walrus geen weerstand aan bieden. ‘Nou vooruit, drie weken dan,’ bromt hij. De kinderen springen een gat in de lucht. ‘Maarre... zus en zo, over drie weken stuur ik die boodschap wel en als ze je dan komen halen, ga je braaf mee. Akkoord?’ vraagt de kapitein. ‘Natuurlijk kapitein Walrus,’ zegt Lottie. ‘Ai ai, kapitein,’ zegt Skipper. Giechelend gaan ze ervandoor. Wat gaan die twee nou weer uitspoken? |
 |
 |
|

|
|
|
|